Intrekken concessies? Beter samen iets constructiefs creëren

21/04/2017

Het intrekken van de concessies (vastgelegd bij Ministerieel Besluit) is een aanfluiting van de rechtszekerheid.

Rechtszekerheid is essentieel voor grote investeringen in energie. De drie nog te bouwen windparken hebben al miljoenen geïnvesteerd in de ontwikkeling van hun projecten.

Indien de concessies zouden worden ingetrokken, komt deze regering haar eigen engagementen op het vlak van hernieuwbare energie niet na: de drie windparken in ontwikkeling zijn noodzakelijk om de Europese doelstellingen inzake hernieuwbare energie en vermindering van CO2-uitstoot tegen 2020 te halen.

De drie windparken in ontwikkeling zijn perfect in staat om binnen de huidige wetgeving hun parken tegen marktconforme condities te bouwen.

Meer gedetailleerde achtergrondinformatie leest u hierna:

Op 13 april 2017 werd vriend en vijand verrast door spectaculair nieuws uit Duitsland: voor het eerst sinds het ontstaan van offshore wind werd 1,4 GW capaciteit toegekend zonder (productie)steun van de overheid.

Sinds 2013 volgt het BOP met een benchmarkingstudie van een extern studiebureau jaarlijks de marktevolutie van offshore windenergie op. Daaruit blijkt onder andere dat binnen eenzelfde land de kost voor offshore wind significant kan verschillen in functie van de locaties, het regulatoir kader, de netaansluiting en andere parameters. De gemiddelde kost voor offshore wind in België bevond zich in 2016 net onder het Europese gemiddelde.

Als vergelijkbare projecten met elkaar vergeleken worden, zien we dat de kost van een Duits offshore windenergieproject dat vandaag gebouwd wordt, zoals Merkur, vergelijkbaar is met de kost van een Belgisch offshorewindproject in opbouw, nl. 124 €/MWh. Gemini, een offshore windpark in Nederland dat in 2017 opgeleverd werd, kost, omgerekend naar Belgische parameters, 123,5 €/MWh. Ook Bloomberg (BNEF) berekent halfjaarlijks de gemiddelde kost van offshore wind wereldwijd en kwam in november 2016 uit op een cijfer van 126 $/MWh.

Het Belgische systeem van steun aan offshore wind werd in december 2016 door de Europese Commissie, DG Concurrentie, goedgekeurd; daarbij werd expliciet vermeld dat er geen 'overcompensation' is in het Belgische systeem.

Sinds de tweede helft van 2016 is er een onverwachte en spectaculaire stroomversnelling gekomen in de offshore windsector: in Nederland, Denemarken, en nu ook in Duitsland, werden spectaculair lage prijzen geboden voor offshore windprojecten. Analysten spreken van een echte revolutie in de offshore windsector.

Maar er dient wel rekening mee gehouden te worden dat deze biedingen toekomstige projecten betreffen. Zo zullen de recent toegekende Duitse projecten pas in 2021 hun finale investeringsbeslissing nemen,en, desgevallend, in 2025 operationeel worden. Bovendien is ook opvallend dat een zelfde bieder op andere locaties in Duitsland en elders (Verenigd Koninkrijk) nog wel steun nodig heeft. Hieruit blijkt dat de kost van elk project verschillend is en bepaald wordt door bvb de specifieke locatie, de netaansluiting, de gekozen technologie (in Duitsland spreekt men van windturbines van 13-15 MW die nog niet beschikbaar zijn), van het wetgevend kader, enz.

De Belgische projecten die vandaag in de pijplijn zitten, werden toegekend sinds 2012 en hebben sindsdien reeds miljoenen geïnvesteerd in ontwikkelingskosten. Deze drie projecten wachten nu op een duidelijk kader om een investeringsbeslissing te kunnen nemen zodat tegen 2020 ook deze projecten groene stroom kunnen beginnen leveren. Deze offshore windparken betekenen immers een essentiële bijdrage in de Belgische 2020 hernieuwbare energie- en klimaatdoestelling.

Deze parken hebben verschillende projectkarakteristieken maar zullen uiteraard rekening houden met de recente evoluties in de kost voor offshore wind, evenwel binnen de specifieke Belgische context. Zij gaan binnenkort in overleg met de bevoegde overheden om tot een marktconforme ondersteuning voor deze projecten te komen.

In het kader van de herziening van het Marien Ruimtelijk Plan, waarvan de consultatie nu lopende is, ijvert het BOP voor nieuwe ruimte in de Belgische Noordzee na 2020 om bijkomend 2000 MW windenergie op zee te kunnen bouwen. Als aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan voor deze toekomstige locaties, wordt verwacht dat ook in de Belgische Noordzee in de nieuwe zones significant lagere prijzen voor offshore wind kunnen gerealiseerd worden.

Tenslotte is de steeds verder dalende kost voor offshore wind met hier en daar zelfs uitzicht op toekomstige, steunvrije ontwikkeling, zeer goed nieuws, voor de elektricteitsverbruiker en voor de offshore windindustrie.

De jonge offshore windindustrie staat nu al in voor toegevoegde waarde, jobcreatie, positief effect op de handelsbalans en andere gunstige socio-economische effecten.

Competitieve kost van deze koolstofneutrale energietechnologie biedt immers interessante perspectieven voor de verdere grootschalige ontwikkeling van windenergie op zee, in België, Europa en de wereld. De Belgische offshore windindustrie was bij een van de eersten om in te zetten op deze innovatieve technologie en exporteert nu reeds volop haar knowhow naar Europese en internationale projecten.